Heb Ik Een Allergie Of Niet?

Als je heftig op voeding reageert met buikpijn, misselijkheid of diarree, noemen veel mensen dat 'allergie'.

Allergie of Intolerantie

Nu is het zo dat in de medische wereld onderscheid wordt gemaakt tussen een voedselallergie en een voedselintolerantie. De arts en de paramedici spreken van een 'allergie' als de immuuncellen direct bij het ontstaan van de klachten zijn betrokken; zij spreken van een voedselintolerantie al je wel vervelend op voedingsmiddelen reageert, maar dit primair een andere oorzaak heeft.

Disbalans van de darmflora

Twee veelvoorkomende oorzaken zijn een relatief tekort aan verteringsenzymen en als gevolg van een verstoorde vertering een disbalans in de darmflora.

In mijn praktijk

help ik vooral mensen met voedselintoleranties en met een verstoorde darmflora om via de juiste voeding weer op krachten te komen. Mensen met een ernstige voedselallergie zijn onder behandeling van de allergoloog of dermatoloog, omdat hun symptomen veel ernstiger kunnen zijn. Denk hierbij aan een anafylactische shock bij een pinda-allergie.

Enzymen

Stel je enzymen voor als instrumenten, als werktuig. Het lichaam bouwt ze vooral op uit eiwitten die weer zijn opgebouwd uit aminozuren. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten. Er zijn 20 verschillende aminozuren, waarvan er deel essentieel is een deel niet. Je noemt een aminozuur essentieel als het menselijk lichaam die vorm niet zelf kan bouwen. Wij móeten deze aminozuren met de voeding (of drank) binnenkrijgen. Het lichaam kan de andere in principe zelf maken, vooropgesteld natuurlijk dat het alle materialen ervoor 'in huis' heeft. Vergelijk maar: al jij iets wilt knippen, heb je waarschijnlijk wel het talent ervoor. Maar, heeft je schaar geen pinnetje in het midden, dan kun je niet knippen. Dan moet je snijden en dat gaat lang zo mooi en precies niet. Vooral vitamines en mineralen hebben de taak van het pinnetje in de schaar. Of van het aan-uit-knopje op welk gereedschap dan ook. Ze zorgen ervoor dat het enzym kan gaan werken.

Aan- en uit

Stel je maar voor dat het lichaam de enzymen bijna klaar maakt en op het laatst, vlak voordat het enzym een klusje moet verrichten, een vitamine-mineraal aankoppelt, waarna het enzym actief wordt. Als het enzym niet meer actief moet zijn, wordt het vitamine-mineraal weer verwijderd en stopt de reactie. Dit zou je kunnen vergelijken met een dop op een stift. Deze moet eraf als je gaat schrijven -niet eerder, want dan droogt de stift uit- en de dop moet er weer op als je klaar bent met schrijven, anders droogt de stift uit en krijg je vlekken in je jasje als je de stift in je jaszak doet. In het lichaam moeten ook niet steeds alle scheikundige processen actief zijn; alleen maar als er iets gedaan moet worden in de stofwisseling.

Verhoudingen

Waar het bij eigenlijk iedereen met gezondheidsklachten misgaat, is de verhouding tussen de hoeveelheid enzymen die het lichaam kan bouwen in relatie tot het aantal biochemische klussen die gedaan moeten worden, en tussen de hoeveelheid enzymen die daarvoor gebouwd moeten worden in relatie tot de hoeveelheid vitamines/mineralen die daarvoor nodig zijn. Moet 1 cel knippen, heeft hij 1 schaar en daarmee 1 middenpinnentje nodig. Wil een cel knippen en hij heeft drie bovenmessen, 1 ondermes en geen middenpinnentje, gaat het knippen niet door. Heeft de cel in plaats van 1 middenpinnetje 7 middenpinnentjes, dan liggen er 6 ergens in de weg.

Repareren

Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat het best een uitzoekerij is om er achter te komen welke voedingsstoffen jouw lichaam moet hebben als het overgevoelig reageert. Je kunt de voedingsstof wel de schuld geven van de reactie en deze weglaten, maar ik vind het effectiever om het lichaam de voedingsstoffen te geven die het nodig heeft om orde op zaken te stellen: om

  • sterke slijmvliezen te bouwen, zodat deze hun filterwerking goed doen;
  • genoeg gezonde immuuncellen te bouwen die meehelpen bij de triage; welke verteerde deeltjes mogen door, welke (nog) niet;
  • de darmwand genoeg voedingsstoffen te leveren om de open ruimten tussen de cellen (leaky gut) weer te dichten;
  • lever alle bouwstoffen te leveren om goede voorraden aan te leggen. Hierdoor krijgen alle cellen van het lichaam die spullen nodig hebben, hun spullen ook daadwerkelijk uitgeleverd, omdat ze op voorraad waren.

Lever

Zie de lever hierbij maar als het grote magazijn van het lichaam. De cellen zelf kunnen weinig voorraden aanleggen en moeten voor hun werk hun materialen steeds bij de lever bestellen. Heeft de lever die spullen -lees aminozuren, glucose, vetzuren, vitamines en andere materialen- niet op voorraad, dan moet de cel even wat anders verzinnen om zijn werk te doen. Dit kan echter niet te lang; op een gegeven moment is de cel ook uitgeknutseld en moet zijn werk staken. Als een enkele cel dat doet, is dat niet zo'n punt, dan haalt de buurcel gewoon de overgebleven materialen op voor zíjn werk. Gaat het over duizenden cellen die hun werk niet meer kunnen doen door de voedingsstofbezuinigingen, dan krijg je een probleem. Dat heet dan een symptoom, een klacht, energietekort, ziekte. Wat ook maar. Het lichaam geeft in ieder geval aan dat het zijn werk niet kan doen. Dat is inclusief DNA-aflezen, immuuncellen bouwen, zenuwimpulsen doorgeven, onderhoud plegen ...

Crisismaatregelen

Stel je daar ook bij voor dat het lichaam dan bedenkt dat het crisismaatregelen gaat nemen. De hersenstam, het hart en de longen krijgen eerst voedingsstoffen, want als een van deze drie ermee uitscheidt, heeft de rest ook geen zin. Daarna verdeelt het lichaam de overgebleven voedingsstoffen over de organen naar rato van belangrijkheid in het kader van het nu in leven blijven. Huid, haren, nagels, ogen, spieren en denkcellen staan daarbij ergens achteraan. Op darm-, slijm- en immuuncellen kan volgens het lichaam ook wel bezuinigd worden ...

Status quo

Deze situatie blijft bestaan totdat het lichaam van jou weer alle voedingsstoffen krijgt en dan gaat het weer repareren. In het begin nog langzaam, want het moet werken met die grote partijen halfwas cellen, en naarmate er meer cellen weer gerepareerd zijn, gaat het sneller. Het lichaam heeft hierbij enorme talenten! Echt iets om trots op te zijn. Het is alleen de kunst om te weten wat het lichaam in welke hoeveelheid, in welke volgorde en in welke vorm moet hebben om het beste resultaat te leveren. Dat is het betere diëtetiekvakwerk :-)

Darmflora

Daarnaast heb je ook nog te maken met de darmflora. Dat zijn de micro-organismen die daar wonen. Micro wil zeggen dat ze met het blote oog niet te zien zijn, zo klein zijn ze. Ze wonen echter wel in enorme hoeveelheden; en dat móet ook volgens het bouw- en samenwerkingsplan. Het gaat om vooral om bacteriën, maar ook om gisten en andere soorten kleine wezentjes.

Indeling

In de darm wonen gunstige micro-organismen die bijvoorbeeld vitamines voor je maken, bijvoorbeeld vitamine K; bacteriën die met de darmcellen samenwerken (commensalen); neutrale micro-organismen die er alleen wonen. Ze nemen een 'aanmeerplek' van de darmwand in beslag, zodat er in ieder geval geen foute bacterie kan vestigen. Dan nog de ziekmakende (pathogene) micro-organismen; die noem je zo omdat of jouw eten jatten, of ze poepen giftige/last gevende stoffen uit waar jij last van krijgt. Denk hierbij aan Clostridiumbacterieën die botox uitscheiden. Een enkele Clostridiumbacterie is geen probleem. De darmen zijn door hun enorme oppervlak - geheel uitgelegd volgens de wetenschappers wel zo groot als een voetbalveld, groot dus - wel bestand tegen een beetje botuline. Kan de Clostridiumbacteriën zich echter tot een grote groep uitbreiden, tja, dan wordt de hoeveelheid botoxine vervelend voor je.

Voeren

De groep pathogene bacteriën en andere micro-organismen kan bijvoorbeeld uitbreiden als jij jouw goede bacteriën niet genoeg te eten geeft. Je geeft hun te eten met wat je zelf eet. Als zij afsterven voordat zij jonkies hebben kunnen maken, valt er een 'aanmeerplaats' leeg. Als een Clostridiumbacterie dat in de gaten heeft, poot deze daar snel zijn jong neer. Als dit proces ongehinderd door kan gaan, omdat de goede bacteriën uithongeren en de pathogene bacteriën veel te eten krijgen, naast het feit dat de immuuncellen door de bezuinigingen zodanig in aantal zijn verminderd dat zij onvoldoende overwicht hebben om de foute bacteriën naar buiten te gooien.